18.11.2018

Rotterdam, 15 november 2018 – Nadat aan Philip Powel de Laurenspenning 2018 was uitgereikt, sprak hij dit dankwoord uit. (Foto Maarten Laupman)

Begin jaren negentig was Rotterdam een stad vol beloften met een rauwe, compromisloze energie. Een stad die al in beweging was sinds de wederopbouw en een geschiedenis kende van gastarbeiders en migranten die hier na de oorlog in etappes waren aangekomen.

Ik kwam aan in ‘95, niet van de andere kant van de oceaan, maar vanuit een klein dorpje onder de rook van Dordrecht. Ik was 19 en betrok mijn eerste studentenkamer in Rotterdam-West, waar ik dagelijks de multiculturele samenleving onder mijn raam voorbij zag komen.

Het culturele hart van de stad bevond zich destijds op de West-Kruiskade en deze straat was de perfecte setting voor mijn zoektocht naar mijn Surinaamse roots én avontuur.

Mijn vader bracht mij hier als kleine jongen al naartoe. Ook toen al was ik gefascineerd door het kleurrijke decor van kapperszaken, kroegen en toko’s. We ontmoetten junkies, waarvan hij sommigen nog kende uit zijn jeugd. Toen waren het flamboyante figuren uit de Surinaamse gemeenschap, maar inmiddels waren ze ingehaald door de tijd, verzwolgen door de heroïne die ook de straten van Rotterdam had bereikt.

Concertpodium Nighttown stond aan de poort van dit alles. Het was de plek waar ik mijn eerste stappen zette in het Rotterdamse uitgaansleven. Hier beleefde ik de opkomst van elektronische muziek en het ontstaan van de dancescene. In de jaren negentig maakte hiphop hier gouden tijden door en stonden we met CrimeJazz aan de wieg van spoken word. Overal klonk muziek in de stad en de metamorfose naar het nieuwe Rotterdam was voelbaar.

Ik absorbeerde, experimenteerde en ademde het tijdens nachtelijke potjes tafelvoetbal in Tudor, op de dansvloer tijdens MTC-parties en aan de bar in Popular, later omgedoopt tot Nighttown Café.

Cultuur was destijds voor mij bij uitstek hybride, eclectisch en heterogeen. Het was een logisch gevolg van het leven in Rotterdam: een kruispunt van stijlen en culturen, een smeltkroes waar ik naar hartenlust van proefde. Hier kwamen Suriname en Nederland samen.

Ik droomde hardop over een stad waarin hiphop evenveel erkenning zou krijgen als een symfonie- orkest. Een stad waar cultuurvernieuwers net zo bepalend zijn als de gevestigde orde en waar instituten een reflectie zijn van de stad en haar inwoners.

BIRD is zonder twijfel de fysieke gestalte geworden van deze droom. Het is een plek die letterlijk door onszelf is gebouwd, gevuld met onze eigen verhalen en gevoed door onze eigen helden.

Hier kwamen onze idealen samen en konden wij als Rotterdammer iets teruggeven aan de stad waar alles ooit begon.

Ook mijn vrienden, vandaag in groten getale aanwezig, vormden een grote inspiratiebron. Een aantal personen die ik graag bij naam wil noemen speelden hierin een speciale rol: Dick Pakkert, Sasha Dees, Nina Blusse, Dimitri Madimin en mijn BIRD- squad: Nina Hooimeijer, Gaby van Kesteren en Raoel Mertodirjo.

Jullie gaven mij op een aantal cruciale momenten in mijn werkend bestaan het juiste zetje in de rug; als inspirator, mentor of klankbord. Zonder jullie was de weg hiernaartoe minder leerzaam en zeker minder leuk geweest. Daarom is deze penning ook een beetje jullie penning.

Natuurlijk wil ik ook mijn ouders bedanken, die mij als kind van twee culturen de tools gaven om te participeren in een multiculturele samenleving. Zij boden mij waardevolle perspectieven om betekenis te geven aan de wereld om mij heen en maakten mij hiermee een completer mens.

Inmiddels leven we in een tijd waarin rappers Edisons en Pulitzers ontvangen en een onmiskenbare stempel drukken op de maatschappij – van de straat tot de politieke arena.
Professionals met hiphop als referentiekader hebben de stad van nieuw elan voorzien en het culturele landschap voorgoed veranderd.

Hiphop kwam, zag en overwon en heeft zich opgewerkt tot de instituten van Rotterdam en ver daarbuiten.

Ik ben trots deel uit te mogen maken van een generatie die de basis legde voor deze ontwikkeling. Een generatie in de vuurlinie van het nieuwe millennium, die geloofde in een maakbare stad die gevormd kon worden naar de idealen van zijn bewoners en opgebouwd als onze favoriete hiphopbeat.

Ik beschouw deze penning als het bewijs dat deze ontwikkeling niet onopgemerkt is gebleven.

Dankjewel Rotterdam!
Dankjewel, Stichting Laurenspenning!