Linda Malherbe neemt Laurenspenning in ontvangst
2017

Linda Malherbe heeft op 2 november de Laurenspenning in ontvangst genomen die haar was toegekend voor haar initiatief Verhalenhuis Belvédère op Katendrecht.
Hieronder het dankwoord dat Linda Malherbe uitsprak.

Foto Maarten Laupman.

“Allereerst dank aan de jury, het bestuur van de Laurenspenning. Voor het opmerken, het zien en zichtbaar maken van het Verhalenhuis. Voor deze echt prachtige prijs.

Veel dank aan Nelleke Noordervliet. Voor de indrukwekkende feestrede, en de inspiratie van meet af aan voor het vertellen van verhalen.

Dorine de Vos mailde mij: Wow, yes, een van de bijzonderste dingen om te krijgen als je iets fantastisch voor Rotterdam doet!

We zijn echt bijzonder vereerd.

‘Vurig geloof doet anderen ontvlammen’  – dat is daarvoor de penning staat. Een Verhalenhuis voor de stad,  daar heb je heel veel anderen bij nodig. Gisteren ontdekte ik dat het deze week precies zes jaar geleden is, ja nog maar zes jaar, het was november 2011.

En ik kan het niet nalaten jullie enkele woorden uit mails van toen te citeren: veel te ambitieus, geen vertrouwen, risico te groot, geen medewerking. En daarna: verbaasd, teleurgesteld, niet serieus, actie voeren is een kunst apart, grimmig. Daar zit je dan met je ‘vurig geloof’, maar gelukkig was ik niet alleen, ik heb twee zielsverwanten, bondgenoten, believers, pleziermakers.

Waar mijn naam hier vandaag staat, staat ook die van hen:

ELS DESMET
ultieme verbinder, van de leef- en systeemwereld zoals ze dat zelf noemt, m’n buurvrouw: 
jouw inhoud, gedrevenheid, woorden, acties, grote en kleine stappen, lol maken, relativering, want we zijn zover als we zijn, dat zeiden we dit weekend nog.

JOOP REIJNGOUD

bezielde fotograaf, waar het allemaal mee begon, met groepsfoto’s op hem geïnspireerd, in Zuid, Noord, Rozenburg, Schiedam, bij de Chinese, Bulgaarse of Afrikaanse gemeenschap: jouw verbeelding, oprechte, warme belangstelling, je vragen, aan jan en alleman, je geestdrift, we noemen het ook wel eens ‘evangeliseren’ wat we doen. Bovenal door jou kunnen we het zo prachtig zichtbaar maken, zie alle foto’s die vanmiddag passeren.

DAAROM: waar mijn naam staat, lees ook die van hen.

En nu zijn we zes jaar verder, we draaien mee in de wereld. Als een huis voor immaterieel erfgoed. Via verhalen de ander ontmoeten, daar gaat het om, zo bijdragen aan de stad. Herman Meijer, onze voorzitter benoemt het zo mooi:  vormgevers van de hedendaagse vertelkunst. Want verhalen vertellen kun je op zoveel manieren, bovendien: iedereen heeft een verhaal.

We maken het inzichtelijk: dit jaar meer dan 15.000 bezoekers. Er zijn zo’n 140 vrijwilligers. We begonnen met 33 ‘bendeleden’, zo noemen wij onze obligatiehouders, en zitten nu op 171 obligaties, mensen die ook vergaderen of hun verjaardag vieren in het huis; dat getuigt van een enorme betrokkenheid.

En echt, we houden het bij: tot nu mensen van 42 verschillende etniciteiten. Gemeentes, stadsontwikkelaars en erfgoedprofessionals komen voor inspiratie van Groningen, Enschede, Den Haag tot en met Antwerpen, Dortmund en Suriname.

En weet je wat het grappige is: we zijn nog niet echt officieel open. Dat zit wel in de planning, voor volgend jaar wellicht, dus eigenlijk zijn we nog maar net begonnen, we zijn aan het uitvinden. DDat doen we met heel veel vrijwilligers die hier ook vandaag zijn en een groeiend warmhartig team van ontwikkelaars, mede-ondernemers.

Ik wil hen nu heel graag een keer noemen, van voor en achter de schermen want onze gastvrijheid begint bij hen: Myriam, Atske, Anja, Paola, Constance, Peter, Temi, Kavita, Lillian, Cor, Biljana, Laura, Erik, Joran, Fenmei…..

Onvoorwaardelijk ondersteund door onze bestuurders Herman, Chris, Petra, Jannelieke en sinds kort Helena en Fidan.

Maar wat veel meer telt dan al die cijfers is de liefde voor mensen, die wij delen, de kleine verhalen, die zo groot, en zo van betekenis zijn.

Ik neem u even mee naar enkele momenten:

als zeventien pubers van ISK De Hef nog geen twee jaar in Nederland aan tafel ‘oude Rotterdammers’ ontmoeten, niet een, maar twee, drie, vier keer en samen op pad gaan door de stad,

als Feyenoorders met een stadionverbod luisteren naar de verhalen van joodse Rotterdammers,

de mensen van veiligheid van de gemeente vergaderen en getrakteerd worden op een warme Bulgaarse lunch met verhaal,

als we met de Chinese dames in pyjama rummycuppen op het podium van de Rotterdamse Schouwburg,

als oude Kapenezen het hemd van het lijf wordt gevraagd door jonge, nieuwe buurtgenoten,

als we een warmbloedig filmfestivalhuis worden met ongedocumenteerden als programmeur en verteller,

als onze Syrische gastschrijver iedere maand een ontmoetingsprogramma organiseert vol van Rotterdamse en Syrische poëzie en muziek,

als we het even niet hebben over alle grote problemen in de wereld,

als onze lieve vriendin Sifra op de plek waar ze woonde en haar moeder verraden is in de oorlog haar verhaal vertelt, getiteld ‘geboren voor het geluk’,

als we het verhaal van kerst samen vertellen met museummedewerkers én onze Bulgaarse bouwvakkers als de Wijzen uit het Oosten,

als werken van Dolf Henkes, het erfgoed van Nederland in bezit bij de Rijksdienst, van zoveel betekenis zijn voor de identiteit van individuele Rotterdammers,

als onze Rotterdame Grieken organiseren dat hun tentoonstelling op de Griekse tv en in de Griekse NRC komt

als buurmannen Jim en Henk hun dagelijks Chinees biertje komen halen tussen alles wat gebeurt,

als telkens weer in ons Verhalenkeetje – mobiele opnamestudio – ergens in een straat in een wijk in de stad geluisterd wordt naar één levensverhaal,

als de verhalen over het bombardement en de wederopbouw van de stad verteld door gewone Rotterdammers, hoop bieden aan Bo, onze Bosnische vriendin en Bader uit Syrië opdat het met hun geboortestad ook weer ooit zo goedkomt zoals met Rotterdam,

en zo kunnen we nog wel een hele avond vullen.

dan zou elke stad een verhalenhuis moeten hebben.

De kracht van verhalen is onmeetbaar. verhalen nemen mensen mee, tillen mensen op, doen mensen leven, overleven, iets doorgeven en zich verbinden. Het is die urgentie die wij voelen, om de verhalen te vertellen.

Die missie is oneindig. De laureaat van vorig jaar, burgemeester Aboutaleb, op bezoek bij ons, kon dit prachtig verwoorden: ‘Stel dat iedereen luistert naar elkaars verhalen, dan zouden er geen vreemdelingen meer zijn.’

Ik sta hier nu wel alleen, maar deze penning is dan ook voor jullie: vertellers, vrijwilligers, ondersteuners, bendeleden, buren, alle meedenkers en meedoeners, jullie staan voor de menselijke kant van de stad. Het is fijn dat jullie er zijn en dat jullie deze penning met ons willen dragen. Daarom hebben wij een eigen hedendaagse versie van de penning erbij gemaakt. We nodigen je daarom uit na afloop hier even langs te komen, dan spelden we deze graag persoonlijk op.

Het Verhalenhuis zal nooit af zijn. Doe vooral mee, voel je uitgenodigd. Laten we verhalen ophalen en doorgeven.

Grote dank voor de toekenning van de Laurenspenning.”