Lofrede voor Philip Powel uitgesproken door Saul van Stapele
2018

Rotterdam, 15 november 2018 – Bij de uitreiking van de 52ste Laurenspenning aan Philip Powel sprak schrijver-journalist Saul van Stapele (foto Maarten Laupman) de lofrede uit. Hieronder de volledige tekst.

Rotterdam!

Ik hou van jullie, man. Stad van dichters en dansers, van spoken word en schrijvers, van hiphop en havens, van cement en beton, van street art en strijd. 

Toen hiphop vanuit New York de oceaan naar Nederland overstak, vond het vooral hier direct vruchtbare grond. In Rotterdam – stad van de Holland-Amerika-lijn, en van hotel New York waar Philip Powel, de gelauwerde prijswinnaar van vandaag, acht jaar lang als kelner werkte.

Rotterdam is altijd een belangrijke stad geweest voor hiphop. Dat was al zo in 1984, toen Rotterdam met pionier Paulo Nuñes de wereldkampioen breakdance afleverde. Rotterdam is de stad van invloedrijke crews als DCO, Bad Boy Posse, Committee Gunmen, DuvelDuvel, Eckte Eckte en Broederliefde, en de stad waar ruim 22 jaar geleden, ver voor het huidige streaming-succes, Biggie al in een ramvolle Kuip optrad.

Een stad, ook, waarin de hiphopscene zich vanaf het begin niet heeft laten tegenhouden door een gebrek aan netwerk of kansen of aan mensen die in de cultuur geloofden, of aan een vermeend gebrek aan markt en publiek, maar er zelf de schouders onder is gaan zetten. 

Het is misschien wel het meest inspirerende aspect aan hiphop wereldwijd, de wijze waarop individuën en collectieven overal op aarde van niets iets maken, en dat doen met zoveel mogelijk stijl, passie en originaliteit.

In Rotterdam gebeurt dat al decennialang op talloze niveaus: op pleintjes en pop-podia, op dans, kunst en muziekfestivals, in het HipHopHuis en in studio’s bij mensen thuis – en het eigen geluid en de eigenzinnige, legendarisch kritische mentaliteit van de lokale scene werkten de afgelopen decennia als een cruciale motor bij de ontwikkeling van Nederlandse hiphop zoals we die nu kennen.

Rotterdam, hiphopcultuur, het credo ‘van niets iets maken’ – ze vormen samen een bron van inspiratie en een belangrijke brandstof in de lange en veelzijdige culturele loopbaan van de man die we vandaag vieren, de voormalige kelner van Hotel New York, de homie Philip Edmund Powel.

De reis die Philip de afgelopen jaren maakte in het culturele circuit, ging langs hiphopjams en housefeesten, langs gay clubs en punkcafé’s, langs popconcerten en literatuuravonden. Als jonge man met een gemengde culturele achtergrond zocht hij zijn eigen identiteit, vertelde hij me begin deze week. Hij ontdekte dat hij niet half het één en half het andere was maar dat zijn wortels hem juist rijker maakten, en dat inspireerde hem in zijn werk. “Ik ging het interessant vinden om werelden samen te brengen,” zei Philip. En hij begon dat om te zetten in evenementen.

Hij organiseerde, geïnspireerd door een bezoek aan het Nuyorican Poets Cafe in New York, vanaf eind jaren negentig met bondgenoot Sasha Dees de CrimeJazz-avonden in Nighttown, met crossover tussen spoken word, literatuur, poëzie en rap, waar artiesten als Typhoon, DuvelDuvel en Salah Edin optraden voor hun doorbraak naar een groter publiek. Een pionierend spoken word-programma waar ook onder meer legende Amiri Baraka optrad met schrijver Simon Vinkenoog. Een aantal jaren later richtten de twee internationaal hiphopfilmfestival Black Soil op, waar onder meer in 2005 de Europese première plaatsvond van latere Oscar-winnaar Hustle & Flow.

Spoken word. Hiphopfilms. Er waren nog geen prominente plekken voor dus creëerde Philip en de zijnen die zelf in de stad. Hij hield van de combinatie van klassieke poëzie, proza en film, met de energie en urgentie van hiphop en moderne spoken word, en had behoefte als Rotterdammer aan plekken in de stad waar die cultuur, waar zijn cultuur, te beleven was. 

Zijn carrière is nooit bewust gepland geweest, vertelde Philip me. Hij is als cultureel ondernemer steeds datgene gaan creëren waar hij zelf naar op zoek was.

Van niets, iets maken.

In 2011 kwam er met de oprichting van BIRD letterlijk een vaste plek in de stad. 

Een nieuw podium, waar Philip als initiatiefnemer en artistiek directeur zijn voorliefde voor muziek en het gesproken word en de spannende actuele ontwikkelingen op het kruisvlak van jazz, soul en hiphop, een vast huis kon geven.

Een muziekpodium waarvan, en ik citeer, “de eigenzinnige en aanstekelijke programmering, die actuele muziek verbindt met de uiteenlopende tradities waaruit deze voortkomt” de directe reden is dat we hier vanavond zijn om Philip vol enthousiasme op onze schouders te hijsen.

Voor Philip is BIRD in essentie de fysieke gestalte van wat hij eerder in zijn carrière op diverse locaties in de stad deed, als programmeur en boeker bij Nighttown en WATT en op diverse clubavonden en zijn evenementen als CrimeJazz en Black Soil. Het is het jazzpodium voor de generatie die jazz leerde kennen via hiphopsamples – waar het mixen van scenes, werelden en invloed, onverminderd de rode draad is.

“Ik miste in de stad een venue met een heldere focus op zwarte muziek,” vertelde Philip me. “Niet als onderdeel van een pop-programmering; niet dat na de jazz-act direct een gabberfeest losbarst – maar echt met een totaalfocus.”

Hij miste het en dus creeërde hij het, samen met andere geestverwanten in de stad. 

Van niets, iets maken.

Spoken word, hiphop, het heen en weer springen tussen genres en culturen, en overal gretig uit putten: het is op dit moment populairder en zichtbaarder dan ooit.

Maar ooit was het een battle bergopwaarts, een uitputtende strijd voor de allerkleinste plek op een podium of festival, een éénkolommer in de krant of een minieme bijdrage van een sponsor of de gemeente.

En aan de basis van het huidige succes liggen de mensen die er al die jaren voor streden om actuele urgente cultuur een plek te geven tussen de bekende tradities en instituten. 

De pioniers die het zelf zijn gaan maken.

Dat nu, hier in deze prachtige kerk, deze historische eervolle onderscheiding naar de onvermoeibare strijder Philip Edmund Powel gaat, is een bewijs dat zijn strijd niet onopgemerkt is gebleven en is een persoonlijk triomf voor hem, en ook een overwinning voor zijn cultuur en generatie.

Homie, dank voor alles wat je doet, en gefeliciteerd met deze prachtige prijs. Je hebt het zeer verdiend.